Samen investeren in een gezonde ontwikkeling
Het ontstaan van STORM

STORM is een samenwerkingsaanpak van een grote groep regionale partners in Oost-Brabant (zoals gemeenten, GGD, GGZ, voorgezet onderwijs, mbo’s en schoolmaatschappelijk werk), universiteiten en het Trimbos-instituut. Aanleiding was het zorgelijke aantal suïcides onder jongeren, dat in Brabant boven het landelijk gemiddelde ligt. Op initiatief van GGZ Oost Brabant besloot de gehele keten de handen ineen te slaan, in de overtuiging dat het signaleren én afwenden van (dreigende) depressiviteit onder jongeren veel beter kan.

De oorsprong van STORM voert terug naar 2011, toen onderzoekers van GGZ Oost Brabant en de Radboud Universiteit startten met een onderzoek naar depressiepreventie bij leerlingen op het voortgezet onderwijs. Gaandeweg groeide de overtuiging dat meer jongeren zouden moeten kunnen profiteren van deze aanpak. In de jaren die volgden, deden de onderzoekers steeds meer ervaring op met depressiepreventie op scholen en zochten ze samenwerking met verschillende ketenpartners. Tijdens hun onderzoek stuitten zij daarnaast regelmatig op jongeren die aangaven zich depressief te voelen, en soms zelfs suïcidale gedachten hadden. De bestaande preventieve aanpak werd steeds verder aangepast, waardoor ook deze jongeren de hulp krijgen die zij nodig hebben. In 2016 tekende een grote groep partners in Oost-Brabant daarvoor een samenwerkingsovereenkomst.

School als startpunt

Om zeker te weten dat we écht een verschil maken, zijn we in Oost-Brabant gestart met vier projecten (STORM noordoost, STORM zuidoost, STORM mbo en STORM noordoost en Land van Cuijk). We vroegen alle jongeren op de deelnemende scholen in een vragenlijst naar hun gevoelens, daarna boden we ze – indien nodig – per project andere vormen van hulp aan. Dankzij de subsidies die we voor onze regio wisten binnen te halen, kunnen we uitgebreid wetenschappelijk onderzoek doen naar de (blijvende) effecten van deze verschillende interventies. Het actieve STORM-programma duurt een schooljaar, daarna worden de leerlingen voor het onderzoek nog een aantal maanden gevolgd.

Leren én doen

Binnen de eerste drie projecten bouwen we aan een bewezen effectief behandelprogramma. Als de wetenschappelijk onderbouwde onderzoeksresultaten formeel zijn gepubliceerd, kan het behandelprogramma gaan dienen als basis voor (inter)nationale richtlijnen. Vooruitlopend daarop maken we nu al gebruik van alles wat we gaandeweg leren, om zoveel mogelijk jongeren vooruit te helpen. Het resultaat: docenten die weten wat ze kunnen doen, ketenpartners die snel effectieve hulp bieden en sterke jongeren, die lekker in hun vel zitten.

“Samen zijn we beter in staat om depressies vroeg te signaleren en jongeren in hun eigen omgeving direct goede ondersteuning te bieden. Als we ze blijven volgen en begeleiden, kunnen we depressies op latere leeftijd voorkomen.”

Daan Creemers is gz-psycholoog en onderzoekscoördinator bij GGZ Oost Brabant

Feiten & cijfers

Dáárom is STORM nodig:

  • Elk jaar heeft 20% van alle jongeren weleens last van sombere periodes;
  • Elk jaar wordt bij 4% (37.000 jongeren) een depressieve stoornis vastgesteld;
  • Gemiddeld duurt een depressieve periode 6 maanden, bij 20% duurt een depressie langer dan twee jaar;
  • Sinds 2010 is zelfdoding de belangrijkste doodsoorzaak onder jongeren. In 60-90% van die gevallen bleek er sprake van een depressieve stoornis, maar slechts 25% was bekend bij de hulpverlening;
  • Na herstel van de eerste depressie is de kans op een terugkeer binnen twee jaar 40%. Daarna is de kans op een derde episode 70% en op een vierde 90%;
  • Bij 75% van alle volwassenen met een depressie begonnen de klachten in de jeugd;
  • Veel mensen herstellen van een (beginnende) depressie! Tijdige behandeling voorkomt een depressie in de volwassenheid.

“Doordat scholen, de basiszorg en de specialistische zorg hun krachten bundelen, kunnen we preventief werken en direct een uitweg bieden als we ontdekken dat jongeren zijn vastgelopen. Zo voorkomen we problemen op latere leeftijd, daar is iedereen bij gebaat.” 

Joost Hendriks, wethouder Cuijk